InfoNu.nl > Hobby en Overige > Spellen > Een leuk kaartspel: rikken

Een leuk kaartspel: rikken

Een leuk kaartspel: rikken In het kaartspel ‘rikken’ kom je heel wat elementen tegen, die in spellen als whist, boston, wiezen, hartenjagen, bridge e.d. ook voorkomen. Denk hierbij aan het aantal spelers, het aantal kaarten waarmee wordt gespeeld, het halen van slagen en het spelen met een troefkleur. Rikken is, door de betrekkelijk snelle spelrondes een leuk en dynamisch spel.

Kaartspellen en speelkaarten

Speelkaarten bieden tal van mogelijkheden voor het spelen van leuke, leerzame, uitdagende en spannende kaartspellen. In het ene spel ligt de nadruk op geluk en behendigheid, in andere spellen is de factor strategie belangrijk om te winnen of het verlies te beperken. Goede kaarten zijn altijd prettig, maar die heb je nou eenmaal niet elke keer.

Varianten

De meeste kaartspellen die wijdverbreid en populair zijn hebben per regio, soms zelfs per familie, hun eigen ontwikkeling doorgemaakt. Dat betekent, dat er altijd lokale verschillen kunnen zijn in het hanteren van de bestaande regels of dat er zelfs regel bij zijn bedacht om het spel extra spanning, speelgemak of speelplezier te geven. Dat is dus iets waar je in onderstaande beschrijving rekening moet houden.

Beschrijving

In rikken speel je met vier personen, alhoewel je met een kunstgreep ook met vijf of zes personen kunt spelen. Verderop meer hierover. Per spelronde beoordelen de spelers hun eigen kaarten en bieden een spelvorm, of ze passen. Sommige spelvormen speel je alleen, soms speel je met een partner, de ‘maat’. Het is de bedoeling dat je in de spelronde minimaal het geboden spel netjes uitspeelt, soms kun je zelfs méér behalen dan je hebt geboden. Verderop meer over het bieden en de meest gebruikte spelvormen.

Begin van het spel

Je speelt rikken met vier personen. De gever deelt de kaarten, meestal in groepen. Elke speler krijgt, in de richting van de klok, eerst zes kaarten daarna nog eens zeven, maar dat mag ook andersom. De speler links van de gever mag als eerste bieden.

Bieden

Om de beurt mogen de spelers een bod uitbrengen. Je bekijkt hiervoor je kaarten en schat in wat je kansen zijn om een spel tot een goed einde te brengen. In sommige spelvormen sta je er alleen voor, in sommige gevallen krijg je hulp van een partner, je maat. Die maat bepaal je op grond van je kaarten en maak je pas kenbaar als je bod niet door een ander wordt overtroffen. De maat kan dus in principe in elke ronde iemand anders zijn. Zijn je kaarten niet goed genoeg om een van de spelvormen tot een succes te brengen? Dan laat je het initiatief aan een ander, je past.

Slagen halen

De waardes van de kaarten op volgorde van laag naar hoog: 2,3,4,5,6,7,8,9,10,boer, vrouw, koning, aas.
  • Speler 1 speelt een kaart uit, bijvoorbeeld harten-vier.
  • Speler 2 speelt zijn kaart. Hij is verplicht ook harten te spelen, als hij deze tenminste heeft, anders wordt het een andere. Laten we zeggen, speler 2 speelt harten-boer.
  • Speler 3 en 4 spelen ook harten uit, als ze die hebben. Laten we zeggen, ze spelen harten-twee en harten-tien.
  • Speler 2 heeft de hoogste kaart gespeeld en heeft de slag gewonnen. De kaarten worden op een stapeltje bij speler 2 gelegd, met de afbeelding naar beneden.
  • Speler 2 had de slag gehaald en mag nu als eerste een kaart spelen.

Troef

Rikken is een leuk en dynamisch spelRikken is een leuk en dynamisch spel
Bij het rikken kan degene in een ronde uiteindelijk het bod heeft gewonnen het spel bepalen. Hieronder zie je wat er zoal allemaal geboden kan worden. Bij de meeste spelvormen gaat het om een rik-variant, dat wil zeggen dat er een bepaald aantal slagen gehaald moet worden. De bieder die het bod gewonnen heeft bepaalt op grond van zijn eigen kaarten welke kaart de troef wordt. De troefkleur is sterker dan de overige kleuren en kan de slag winnen. Wie mag uitspelen mag de troef opwerpen, maar hoeft dat niet te doen. Een paar voorbeelden.
  • Stel dat ruiten troef is. Speler 1 speelt ruiten-vijf uit. De overige spelers leggen ruiten bij, indien ze die hebben. Zo niet, dan wordt een andere kaart weggespeeld.
  • Stel ruiten is troef. Speler 1 speelt schoppen-vier. Speler 2 heeft géén schoppen in de hand, en vermoedt dat zijn maat de slag niet zal kunnen halen. Speler 2 besluit om een troef op te leggen, bijvoorbeeld ruiten-twee. Hij troeft de slag daarmee af. De overige spelers spelen schoppen kaarten. Door het uitspelen van de troef heeft speler 2 deze slag gewonnen.
  • Stel ruiten is troef. Speler 1 speelt schoppen-vier. Speler 2 heeft géén schoppen en speelt een troef, ruiten-twee. Hij troeft de slag daarmee af. Speler 3 speelt schoppen-twee. Speler 4 heeft ook geen schoppen en speelt ruiten-zes. Speler 4 troeft hiermee over, heeft in de troef d hoogste kaart gespeeld en wint de slag.

Spelvormen

Hieronder zie je de mogelijke spelvormen staan. Ze staan ook in volgorde, elke volgende spelvormen overtreft de vorige.
  • Rikken: ‘Ik rik’. In deze spelvorm haal je samen met je maat acht slagen.
  • Rikken: ‘ik rik beter’, of ‘ik rik in de harten’. Gelijk aan rikken, maar je kiest harten als troefkaart.
  • Solo acht: ‘Ik bied er acht alleen’. Je haalt acht slagen, maar je moet het alleen doen. In dit spel is er geen maat.
  • Solo acht: ‘Ik bied er acht alleen in de harten’. Je haalt acht slagen, en je kiest de harten als troef. Je moet het alleen doen, er is geen maat.
  • Piek: ‘ik piek’. Je wil maar één slag halen, niet meer, niet minder. Een andere speler kan meepieken (‘ik piek mee’), maar ieder speelt voor zichzelf. Elke speler die piekt wil dus maar één slag halen.
  • Solo negen. Je haalt negen slagen, zonder maat.
  • Negen abondance. Je haalt negen slagen zonder maat, achter elkaar, dus zonder onderbreking.
  • Misére. Je wil geen enkele slag halen. Een andere speler kan meedoen, maar speelt voor zichzelf. Een andere speler kan eventueel ook mee-pieken, en wil dan dus slechts één slag halen. In de praktijk komt het maar zelden voor dat de kaarten geschikt zijn om ook misere of piek te bieden als iemand al mesere heeft geboden.
  • Solo tien. Je haalt tien slagen, zonder maat.
  • Open piek. Je wil maar één slag halen. Na het uitspelen van de vijfde kaart, dus de eerste kaart na de eerste slag, legt de speler zijn kaarten op tafel. De overige spelers houden de kaarten in de handen. Ze mogen kijken en spelen, maar niet met elkaar overleggen.
  • Solo elf. Je haalt elf slagen, zonder maat.
  • Open misére. Je wil geen enkele slag halen. Na het uitspelen van de vijfde kaart, dus de eerste kaart na de eerste slag, legt de speler zijn kaarten op tafel. De overige spelers houden de kaarten in de handen. Ze mogen kijken en spelen, maar niet met elkaar overleggen.
  • Solo twaalf. Je haalt twaalf slagen, zonder maat.
  • Open piek met een praatje. Je wil maar één slag halen. Na het uitspelen van de vijfde kaart, dus de eerste kaart na de eerste slag, leggen alle spelers hun kaarten open op tafel. Het spel gaat verder, de tegenspelers mogen met elkaar overleggen.
  • Open misére met een praatje. Je wil geen enkele slag halen. Na het uitspelen van de vijfde kaart, dus de eerste kaart na de eerste slag, leggen alle spelers hun kaarten open op tafel. Het spel gaat verder, de tegenspelers mogen met elkaar overleggen.
  • Solo dertien. Je haalt dertien slagen, zonder maat. Ofwel: je haalt alles!

De maat en de vraag-aas

Zoals je in bovenstaand overzicht hebt gezien speelt een maat in veel spelvormen een belangrijke rol. De speler die het bod heeft gewonnen bepaalt met welke troefkleur hij wil spelen, maar bepaalt ook wie de maat wordt door een bepaalde aas te vragen. Dat doet hij op grond van zijn kaarten. Een typisch spel kan zijn: ‘Ik rik in de schoppen en ik vraag klaveren-aas mee’. De schoppen wordt hiermee troef gemaakt, en degene die klaveren-aas heeft speelt met de rikker mee. Wie dat is zal pas duidelijk worden in het verloop van het spel en mag niet worden gezegd. Een typische manier om het een en ander boven tafel te krijgen is dat de rikker een lage klaveren speelt. Belangrijk:
  • Het spelen van de vraag-aas is verplicht, ook al zou je met een lagere kaart de slag kunnen halen.
  • Aftroeven van de vraag-aas, als je in het bovenstaande voorbeeld geen klaveren zou hebben, is verboden.
  • Je mag als rikker alleen een vraag-aas meevragen als je minimaal één kaart van die soort hebt. In bovenstaand voorbeeld: je moet minstens één klaverenkaart hebben.

Als je acht troefkaarten (bijvoorbeeld schoppen) en je hebt vijf klaveren-kaarten, waaronder de aas, dan heb je geen andere kaarten in je hand. In zo’n geval mag je een aas vragen van een andere soort, bijvoorbeeld ruiten. Op het moment dat je die vraagt speel je een andere kaart gedekt uit, en zegt dat je ruiten-aas vraagt. Iedereen speelt zijn kaart bij, waaronder de ruiten-aas. Dan laat je nog wel even zien welke kaart je hebt gebruikt.

Nog iets over azen

Wie drie azen heeft zegt ‘Troela’. Nu volgt er een verplicht spel, er hoeft niet meer geboden te worden. De speler met de vierde aas maakt zich kenbaar, zegt welke aas de vierde aas is en bepaalt op grond van zijn eigen kaarten wat de troef gaat worden. Dat kan gunstig, maar ook heel ongunstig uitpakken. Net als bij een gewone rik moeten er acht slagen gehaald worden. Het spelen van troela is soms verplicht, soms is het een optie. Het is goed van te voren samen af te spreken hoe je hiermee om wil gaan.

Geen plaatjes

In een spel waarbij het gaat om het halen van slagen zijn de kaarten met plaatjes en dus een hogere waarde belangrijk. Soms heb je geen enkel plaatje. Zolang er nog niet is geboden mag je de kaarten ingooien en wordt er opnieuw gedeeld. Je hoeft niet in te gooien, het mag. Het zou zomaar kunnen zijn dat je zonder plaatjes een pracht van een misere in je handen hebt.

Overslagen

Als je rikt of een solo doet, dan moet je een vastgesteld aantal slagen minimaal halen. Bij een gewone rik haal je met je maat acht slagen. Soms zit het mee, en haal je er (veel) meer. Dit zijn overslagen die extra punten opleveren.

Punten

Je kunt rikken met punten of met geld. Een eenvoudig puntensysteem zie je hieronder staan. Er wordt per ronde gewerkt met plus- en minpunten. Vergelijk het met centen. De een ontvangt, de ander betaalt. Als je na elke ronde alle min- en pluspunten bij elkaar optelt zou je precies op 0 moeten uitkomen.
  • Rik of rik in de harten: 1 punt voor de rikker, 1 punt voor de maat. De twee andere spelers krijgen 1 min-punt. Voor elke overslag een extra (min)punt.
  • Solo acht. 1 punt voor de rikker per speler, dus drie in totaal. De andere drie spelers ieder een min-punt. Voor elke overslag een extra (min)punt.
  • Piek. Eén punt per speler (andere spelers minpunten)
  • Solo negen. 6 punten, de andere spelers ieder twee minpunten.
  • Abondance: 9 punten, de overige spelers ieder drie minpunten. Voor elke overslag een extra (min)punt)
  • Misere. 4 punten per speler (andere spelers minpunten).
  • Solo tien: 5 punten per speler
  • Open piek: 6 punten per speler
  • Solo elf: 7 punten per speler
  • Open misere: 8 punten per speler
  • Solo twaalf: 9 punten per speler (27 totaal)
  • Open piek met praatje: 10 punten per speler
  • Open misere met praatje: 11 punten per speler
  • Solo dertien: 12 punten per speler

Rikken met vijf of zes personen

Het spel rikken kun je maar met vier personen tegelijk doen. Met vijf of zes personen kun je het ook spelen, maar dan ‘zitten er één of twee personen stil’.
  • Met vijf personen: de speler die de kaarten uitspeelt zit stil, de andere vier spelen.
  • Met zes personen: de speler die de kaarten uitspeelt zit stil, de persoon tegenover hem ook. De andere vier spelen.
  • Met meer dan zes personen kun je ook iets dergelijks verzinnen, maar dan moeten de spelers wel erg vaak stilzitten. Dat is minder leuk. Ben je met achten, dan kun je beter twee groepjes van vier maken.

Lees verder

© 2015 - 2017 Hansvg, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Een leuk kaartspel: patienceEen leuk kaartspel: patienceHet kan heel leuk zijn om samen een kaartspel te spelen. Maar soms ben je alleen, of zijn er geen mensen in de buurt die…
Een leuk kaartspel: Het geheugenspel MemoryEen leuk kaartspel: Het geheugenspel MemoryEr zijn heel wat verschillende spelletjes mogelijk met speelkaarten. Sommige zijn wat ingewikkelder, andere hebben wat e…
Kaartspellen, maar dan andersKaartspellen, maar dan andersDenk je aan een kaartspel, dan denk je algauw aan een spel kaarten met harten, ruiten, klaveren, schoppen, heren, boeren…
Een leuk kaartspel: ezelenEen leuk kaartspel: ezelenSommige kaartspelen zijn gemakkelijker te leren en te spelen dan andere. Het kaartspel ‘ezelen’ is zo’n eenvoudiger kaar…
De 7-waaier: toekomst voorspellen met gewone speelkaartenDe 7-waaier: toekomst voorspellen met gewone speelkaartenEr zijn heel veel verschillende methoden om de toekomst te voorspellen, met een groot aantal verschillende 'media.' Daar…

Reageer op het artikel "Een leuk kaartspel: rikken"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Hansvg
Laatste update: 28-02-2017
Rubriek: Hobby en Overige
Subrubriek: Spellen
Special: Kaartspelen
Schrijf mee!