Gezelschapsspelletjes: Bekende dobbelspelen
Gezellig met z’n allen spelletjes spelen. Gezamenlijk in een vertrouwd gezelschap, meer dan alleen tijdverdrijf. Lees hier diverse dobbelspelen, met ideeën voor variaties en tips.
Bekende dobbelspelen
Luizenspel
- Aantal spelers: Vanaf 2
- Spelmateriaal: Een dobbelsteen
- Moeilijkheidsgraad: Gemakkelijk
- Bijzondere eigenschappen: Dit eenvoudige spel is zeer geschikt wanneer men spontaan zin heeft in een spelletje. Op de achterbank van de auto, in de file of tijdens een pauze. Meerdere spelers zijn met één enkele dobbelsteen gedurende een halfuur vermaakt.
Doel van het spel
De spelers moeten proberen om het eerst 1 te gooien.
Spelverloop
- Elke deelnemer probeert zo snel mogelijk een 1 te gooien, waarvoor hij 10 pogingen heeft.
- De speler die met het minste aantal pogingen de 1 gooit, is de winnaar van het spel.
Varianten
Het winnende cijfer kan natuurlijk ook een ander zijn, bijvoorbeeld de 3. U kunt het ook aan elke medespeler overlaten om te kiezen op welk aantal ogen hij wilt gooien. Het cijfer moet wel vóór de worp vermeldt worden, en wie zijn voorspelling als eerste kan realiseren, wint.
Tip
U kunt het spel ook omkeren: Dan wint de speler die de 1 of een ander getal dat voor de worp werd afgesproken, niet of als laatste gooit.
Dit eenvoudige dobbelspel laat zien hoe gemakkelijk het is de tijd door te brengen met eenvoudige hulpmiddelen.
Zeppelin
- Aantal spelers: 2-6
- Spelmateriaal: Een dobbelsteen, een speelbord, papier, speelgeld (chocolademunten of centen)
- Moeilijkheidsgraad: Gemakkelijk
- Bijzondere eigenschappen: Bij dit spel hoort een speelbord met veel variatiemogelijkheden. Tijdens het spelen ontstaan er meerdere varianten en wordt het snel al een tekenwedstrijd.
Speelbord
Voorbereiding
Teken het speelbord groot (zie afbeelding).
Doel van het spel
In dit spel dient u de meeste munten te winnen. Een jackpot zorgt voor een extraatje en wordt aan het einde toegekend aan de speler met de goede hand die alle andere spelers ‘arm’ heeft gemaakt.
Spelverloop
Elke speler krijgt 6 munten. Werpt u bijvoorbeeld een 3, dan moet u een munt op veld 3 leggen, tenzij daar al een munt ligt. Ligt daar al een munt, wordt dat uw munt en moet u geen munt meer uit uw voorraad afgeven.
Er kan dus altijd maar één munt op een veld gelegd worden! De schatkist is nummer 6 en is een uitzondering: 6 kan veel munten hebben. Het gooien van een 6 betekent dus: Een munt in de schatkist.
Wie zijn munten heeft opgespeeld, verlaat het spel en de laatste speler incasseert de schat uit de kist.
Variant Speelbord
Varianten
Er zijn vele variaties mogelijk op het speelbord (zie afbeelding Varkentje).
Bepalend voor het speelveld is het grafische idee, dat zo veel mogelijk munten kan opnemen (de schatkist dus).
Stille Jan
- Aantal spelers: Vanaf 2
- Spelmateriaal: Een dobbelsteen, een papiertje per speler
- Moeilijkheidsgraad: Gemakkelijk
- Bijzondere eigenschappen: Het zijn eenvoudige regels en er bestaan veel variaties.
Doel van het spel
De spelers moeten proberen als eerste de ogen van 1 tot 6 en weer van 6 tot 1 te gooien, en dat worp na worp, getal na getal.
Spelverloop
De dobbelsteen gaat rond en iedereen krijgt per ronde één poging. In de eerste ronde probeert elke speler een 1 te gooien. Lukt dat niet, dan probeert hij het in de tweede ronde nog eens, enzovoorts. Valt de 1, dan wordt dit genoteerd.
Daarna is het getal 2 aan de beurt. Pas als dat getal is gevallen en genoteerd is, mogen de spelers die daarin geslaagd zijn, voor de 3 gooien, enzovoorts.
Wanneer alle getallen op het papier staan, begint de dobbelronde in de omgekeerde richting en moet eerst de 6 verschijnen. Men streept ze dan door op het papier en speelt voor de 5.
Waarom ‘Stille’ Jan?
De stille variant is bekender dan de normale variant. Om het interessanter te maken, is het voor iedereen verboden geluid te maken. Dit kan soms erg moeilijk zijn als bijvoorbeeld een tegenspeler alweer het juiste getal heeft geworpen. Maar voorzichtig: Wie zijn mond opendoet en iets zegt, moet weer helemaal van voren beginnen!
Einde van het spel
Diegene die als eerste alle getallen heeft gegooid, heeft gewonnen!
Elf Hoog
- Aantal spelers: Vanaf 2
- Spelmateriaal: Twee dobbelstenen, dobbelbeker, speelgeld
- Moeilijkheidsgraad: Gemakkelijk
Doel van het spel
Elke speler doet zijn best om zo vaak mogelijk een 11 te werpen.
Spelverloop
Bij dit spel is er een kassa, waarin een ieder vooraf 3 fiches stort. De twee dobbelstenen worden om de beurt geworpen. Bij elke worp wordt het aantal ogen samengeteld. De som wordt van 11 afgetrokken en het verschil wordt in de fiches in de kassa gestort.
Bijvoorbeeld
Speler A gooit een 2 en een 5, wat samen 7 is. Dit wordt van 11 afgetrokken en komen er dus 4 fiches in de kassa.
Er wordt behoorlijk afgeperst als iemand een dubbele 6 gooit, want deze speler moet de hele inhoud van de kassa verdubbelen.
Het is daarentegen leuker als de som van de ogen 11 is, want dan mag de speler de kassa leeghalen: Het getal 11 krijgt alles.
Daarna begint een nieuwe rond en betaalt elke speler opnieuw 3 fiches aan de kassa.
Einde van het spel
Wie niet meer kan betalen (geen fiches meer heeft), verlaat het spel. Wie alle fiches heeft binnengehaald, heeft gewonnen.
Varianten
Het hoeft niet altijd getal 11 te zijn, waarvan alles wordt afgetrokken en de rest voor de kassa is. Kies eens een ander getal.
Huisnummers
- Aantal spelers: Vanaf 2
- Spelmateriaal: Een dobbelsteen
- Moeilijkheidsgraad: Gemakkelijk
Doel van het spel
Elke speler dobbelt als een gek om in het hoogste huisnummer te wonen, het liefst in het huis nummer 666.
Spelverloop
Een huisnummer bestaat uit 3 getallen, gerangschikt naar honderdtallen, tientallen en eenheden.
Elke speler moet een huisnummer van 3 getallen dobbelen. Er wordt gebruik gemaakt van één dobbelsteen, dus zijn er drie ronden per spel. Een speler kan elke worp op een van de drie mogelijke posities in het huisnummer zetten.
Na drie ronden staat vast wie zijn worpen op de beste plekken heeft gezet en het hoogste huisnummer heeft bereikt. Natuurlijk zal men een lage worp eerst bij de eenheden plaatsen en hopen dat men in de volgende beurten betere resultaten heeft. Dit kan echter wel mislukken…
Varianten
- Neem het laagste huisnummer als beste.
- Met voorspellingen: Elke speler noemt voor hij gaat werpen het huisnummer waar hij wilt wonen. Wie het juist heeft gegokt of er het dichtste bij is, wint.
- Neem niet de bovenliggende ogen, maar de verbogen tegenoverliggende ogen.
- Elke speler maakt voor de worp bekend op welke plaats in het huisnummer zijn worp wordt gezet.