Theater voor kinderen: Leren samenspelen
Samenspelen is in het theater van essentieel belang. Zonder een goede samenwerking zal een toneelstuk tot niks uitdraaien. Samenspelen en samenwerken is ook een belangrijk onderdeel in het leerproces van een kind. Theater kan daarbij een middel zijn om dit op een creatieve en vermakelijke te leren.Samenwerken
Theatermaken doe je niet alleen. Zelfs wanneer er maar één acteur op het toneel staat, want achter de schermen zijn nog meer mensen aan het werk. Denk daarbij aan, de regisseur, de technici, decor -en kostuumontwerpers, grimeurs, productiemedewerkers etc. Alleen door samenwerking kan een toneelstuk tot stand komen. Een goede samenwerking zonder competitie is heel belangrijk, net zoals dat de groepsgeest boven individueel belang staat. Ook moeten de deelnemers op elkaar vertrouwen. Dit zijn enkele kwaliteiten die toneelspelen kinderen kan leren. Hieronder een aantal voorbeelden van toneeloefeningen en spelletjes die het samenwerken bevorderen.De ontdekkingstocht vol avontuur
Een gewone ruimte kan met wat verbeelding omgetoverd worden in een spannend landschap vol avontuur. De kinderen moeten zich verbeelden dat ze ontdekkingsreizigers zijn die op expeditie gaan. De kinderen moet in een rij achter elkaar gaan lopen. De spelleider is het hoofd van de expeditie en geeft aan waar ze zich bevinden, welke handelingen er verricht moeten worden en welke gevaren ze tegenkomen. De ontdekkingsreiziers moeten dit gaan uitbeelden. Een aantal voorbeelden van situaties die de spelleider aan de kinderen kan geven:- We lopen door een bos en we moeten heel voorzichtig zijn want de planten hebben hele grote stekels die in onze kleren blijven haken en die in onze benen prikken.
- Ineens gaat het bos over in een een oneindig lange zandvlakte, het lijkt wel een woestijn. Het is zwaar om door het losse zand te lopen en we hebben het heel erg heet en veel dorst.
- Dan ineens staan we boven aan een waterval en we springen naar beneden. Het water is heerlijk verfrissend. Totdat er een krokodil gezien wordt en we moeten zwemmen voor ons leven. Gelukkig bereiken we allemaal de kant en rennen we hard weg.
- We moeten tegen een rotsachtige wand opklimmen. De ruwe stenen doen pijn aan onze handen.
- Dan komen we boven op de rots uit en hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving. We bekijken de kuddes dieren die beneden lopen en de mooie vogels in de lucht.
- Daarna gaan we een bos in en op een mooie schaduwrijke plek in rusten we uit.
Het blinde paard
In dit spel beelden we ons een paard in die een wagen trekt. De spelers gaan twee aan twee staan. De een gaat achter de ander staan. De voorste speler is het paard en de speler die achter hem staat is de menner. Het probleem is alleen dat het paard blind is en de menner stom. Het kind dat het paard speelt wordt daarom geblindoekt. Om het paard te vertellen waar hij heen moet, gebruikt de menner zijn handen:- Vooruit lopen: de hand ligt op het hoofd van het paard
- Achteruit lopen: de hand ligt op de rug van het paard
- Stilstaan: het paard wordt niet aangeraakt
- Rechtsaf: hand op rechterschouder van het paard
- Linksaf: hand op de linkerschouder van het paard
In de ruimte wordt een parcours uitgezet. Bijvoorbeeld, slalom om stoelen heen, een smalle gang, ect. Als de koetsier praat moeten ze helemaal opnieuw beginnen. Het stel dat het snelste het parcours weet af te leggen heeft gewonnen.