InfoNu.nl > Hobby en Overige > Kansspelen > Door wilskracht beter resultaat bij gokken

Door wilskracht beter resultaat bij gokken

In januari 1934 stapte een jongeman binnen bij dr. J.B. Rhine (parapsychologisch onderzoeker). Deze man was beroepsgokker en hij had ervaren dat wanneer hij in een bepaalde geestestoestand was, hij het rollen van dobbelstenen kon beinvloeden door zijn wil te gebruiken. Dr. Rhine besloot tot een parapsychologisch onderzoek en zo begon een lang experimenteel programma van psychokinese (PK) aan de Duke Universiteit.

Dr. J.B. Rhine, pionier

Dr. J.B. Rhine verrichtte baanbrekend werk op het gebied van parapsychologisch onderzoek in de Verenigde Staten. Hij begon zijn wetenschappelijk onderzoek in 1927. In plaats van de term 'paranormaal' gebruikte hij het woord 'parapsychologisch'. Dr. Rhine veronderstelde dat deze term het onderwerp aanvaardbaar zou maken voor de wetenschappers. Onder streng toezicht in een laboratorium deed hij proeven met telepathie, helderziendheid en psychokinese. Daarnaast hield hij zich ook bezig met parapsychologische verschijnselen in het leven van alledag en verder met godsdienstige zaken. Hij was ervan overtuigd dat het vraagstuk van leven na de dood wetenschappelijk onderzocht moest worden. Door zijn experimenten met telepathie ontdekte Rhine dat bepaalde mensen bijna altijd een beter resultaat boekten dan een-op-vijf, zoals volgens de kansberekening normaal is. Met een reeks proeven die hij gedurende acht jaar deed, kon hij ook aantonen dat de geest invloed kan uitoefenen op het werpen van dobbelstenen. Bovendien kwam hij tot de ontdekking dat parapsychologische krachten het grootst zijn wanneer iemand oplettend en bereid tot medewerking is en dat ze minder worden zodra iemand vermoeid of verveeld raakt.

Resultaten eerst na 10 jaar bekend gemaakt

De resultaten van het experimenteel programma van psychokinetisch onderzoek werden pas 10 jaar later gepubliceerd. Dat kwam omdat dr. Rhine en zijn collegae het al moeilijk genoeg hadden gehad om de wetenschappelijke wereld ertoe te brengen hun bewijs voor ESP te aanvaarden. Zij wilden de wetenschappelijke geschilpunten niet bij voorbaat ingewikkelder maken door ook nog eens te beweren dat ze in staat waren in het laboratorium psychokinese te demonstreren. Dus bleven de experimenten negen jaar ongestoord doorgaan op de Duke Universiteit. De resultaten werden zorgvuldig genoteerd en bestudeerd, maar niet gepubliceerd.

Statistische analyse en kansberekening

Het gebruik van dobbelstenen bij psychokinetische experimenten heeft hetzelfde voordeel als het gebruik van kaarten om Extra Sensory Percepiton of buitenzintuiglijke waarneming te testen. De resultaten kunnen statistisch geanalyseerd worden en er kan een kansberekening worden opgesteld.

Kansberekening

Wanneer men met 2 dobbelstenen tegelijk gooit, kan men minimaal 2 en maximaal 12 gooien. Er zijn 36 combinaties met 2 dobbelstenen. 15 zorgen voor totalen van 8 of meer en 15 zorgen voor waarden van 6 of minder, terwijl er 6 combinaties zijn om 7 te gooien.

Schakering aan resultaten

De twee dobbelstenen moeten van elkaar te onderscheiden zijn om deze schakering aan resultaten te verkrijgen. Als er bijvoorbeeld een 3 met dobbelsteen 'a' wordt gegooid en een 4 met dobbelsteen 'b' , kun je onderscheid maken ten opzichte van een 4 met dobbelsteen 'a' en een 3 met dobbelsteen 'b' , hoewel het totaal van iedere worp hetzelfde (7) is.

Afgesproken score

Bij een psychokinetische test kan worden afgesproken hoog te scoren, laag te scoren of zevens te gooien. Ter afwisseling kan ook een bepaald getal worden genomen, dat gegooid moet worden. Aan het eind van een beurt (die aan de Duke Universiteit willekeurig op 24 worpen met 1 dobbelsteen, 12 worpen met 2 dobbelstenen of 8 worpen met 3 dobbelstenen was gesteld) kon de afwijking ten opzichte van de kansverwachting nauwkeurig worden vastgesteld. De proefnemer stelde vast wat de meest eenvoudige methode was. Hij liet zijn proefpersonen 12 maal werpen met 2 stenen. Zij moesten door middel van hun wil ervoor zorgen dat er of hoge, of lage combinaties werden gegooid. De kansverwachting voor beide mogelijkheden is 5 treffers per beurt. Dit getal 5 wordt verkregen door het getal voor hoge of lage combinaties (voor beide 15) te delen door 3, wat het aantal keren is dat 12 (worpen) op de 36 (mogelijke combinaties) gaat. De kansen op een treffer worden in verhouding teruggebracht op het aantal pogingen. Als een beurt uit 36 worpen zou bestaan dan zou de kans op een treffer in verhouding stijgen tot 15.

Opmerking
Natuurlijk zijn zulke kansberekeningen gebaseerd op een groot aantal beurten. Op korte termijn zouden de resultaten aanzienlijk kunnen afwijken van de kansverwachting, zonder dat dit betekent dat er andere oorzaken dan puur toeval aan ten grondslag lagen.
© 2010 - 2019 Emfkruyssen, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Interne analyse makenInterne analyse makenDe interne analyse maakt onderdeel uit van de SWOT-analyse. Door het maken van een interne analyse kan men de sterke en…
Marketingplan: Interne analyseMarketingplan: Interne analyseDe interne analyse is de eerste stap die u zet als u een marketingplan gaat schrijven. In dit artikel staat uitgelegd wa…
De interne en externe kant van de SWOT-analyseDe interne en externe kant van de SWOT-analyseHet uitvoeren van een SWOT-analyse is tegenwoordig een veelgebruikt middel voor bedrijven om de eigen capaciteiten en de…

Reageer op het artikel "Door wilskracht beter resultaat bij gokken"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Emfkruyssen
Gepubliceerd: 11-10-2010
Rubriek: Hobby en Overige
Subrubriek: Kansspelen
Schrijf mee!