InfoNu.nl > Hobby en Overige > Boeken > Beb Vuyk: Kampdagboeken, boekverslag
recensie

Beb Vuyk: Kampdagboeken, boekverslag

Beb Vuyk: Kampdagboeken, boekverslag Drie verhalen, dagboek en aantekeningen schetsen een beeld van de omstandigheden waaronder auteur Beb Vuyk leefde net voor en tijdens haar internering in de vrouwenkampen op het door de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog bezette Java. Haar Kampdagboeken werd uitgebracht door Uitgeverij Contact in 1989 als Pandora Pocket.

Beb Vuyk (1905 – 1991)

Elizabeth Vuyk werd in niet in Nederlands-Indië geboren, maar in Rotterdam. Tot haar vijfentwintigste woonde ze in Nederland, daarna vertrok ze naar Nederlands-Indië. Ze trouwde er en kreeg twee zoons. Ten tijde van de Japanse inval woonde Beb Vuyk met haar kinderen in Sukabumi op het eiland Java; economische problemen met de afgelegen Molukse onderneming van haar echtgenoot hadden haar vertrek naar Java noodzakelijk gemaakt.

Ze maakte de Japanse bezetting van Nederlands-Indië mee op Java en werd in verschillende kampen geïnterneerd. Ook werd ze opgepakt en enkele weken gevangen gehouden door de Kenpeitai, de Japanse militaire politie, die bekend stond om de wrede wijze van verhoren. Beb Vuyk heeft hierover nooit veel willen loslaten.

Fernand, de echtgenoot van Beb Vuyk, werd tewerkgesteld aan de Birmaspoorlijn. Ze weet dat hij naar Thailand is overgebracht. Haar oudste zoon Hans wordt op een gegeven moment van haar gescheiden en brengt een deel van de oorlog door in een mannen- en jongenskamp. Beb en haar jongste zoon Rudi brengen de oorlogstijd gezamenlijk door.
Het grootste gedeelte van haar dagboekaantekeningen is opgetekend in Kampong Makasar, een barakken- en werkkamp voor vrouwen in Batavia, het tegenwoordige Jakarta. De omstandigheden in de kampen in Batavia werden nog eens verzwaard door de lage ligging van de stad; de verkoeling van de bergen die de warmte in de hoger gelegen kampen wat minder drukkend maakte, ontbrak hier.

Beb Vuyk heeft haar oorlogservaringen in verschillende boeken verwerkt. Een van de bekendere is Gerucht en geweld uit 1959.

Over de boekuitgave

Kampdagboeken werd voor het eerst gepubliceerd in 1989. Het motto dat Beb Vuyk bij haar boek heeft gekozen is een citaat van Rudyard Kipling (auteur van onder meer Jungle Boek): To tell old battles without hate. Het geeft de toon van het boek uitstekend weer en verwijst tevens naar de afstand in tijd tussen het schrijven van het dagboek en de publicatie ervan. Of zoals het citaat uit Vrij Nederland op de achterzijde van het boek stelt: ‘Alleen het wezenlijke blijft over, zonder zelfbeklag, geregistreerd met de nodige afstand.’

De bundel Kampdagboeken bestaat uit vier delen: drie verhalen en een gedeelte met het dagboek en wat losse aantekeningen. De verhalen De Uittocht en Kerstkeongs verschenen in respectievelijk 1988 en 1989 in het literaire tijdschrift De Tweede Ronde. Het derde verhaal, Op reis met Nippon, verscheen eerder in dagblad Trouw op 12 augustus 1989.
Het boek begint met een inleiding, eveneens geschreven door Beb Vuyk. Hierin relativeert zij haar eigen belevenissen door haar visie op de Tweede Wereldoorlog (zowel in het oosten als in het westen) te omschrijven als ‘een wereldwijde ramp’.

Het boek heeft een verklarende woordenlijst voor de Maleise termen en twee pagina’s met afbeeldingen: de eerste van een kaart die zoon Hans in het Maleis aan zijn moeder mocht schrijven vanuit het mannenkamp, de tweede is een min of meer voorbedrukt formulier – doorhalen wat niet gewenst is – van echtgenoot Fernand de Willingen vanuit Thailand.

De uittocht

Het verhaal begint op 20 december 1942, wanneer Beb Vuyk en haar twee zoontjes van acht en zes jaar wachten op transport naar het interneringskamp. Gezamenlijk met haar twee vriendinnen vormen ze een kongsi, een clubje dat onderling samenwerkte (en in de kampen ook meestal gezamenlijk kookte). Chris, ex-apotheker en alleenstaand, is de meest praktische van de vriendinnen; Anne is een weduwe die minder doortastend is. De man van Beb is al een half jaar eerder krijgsgevangene gemaakt.

De drie vrouwen en de kinderen woonden voor hun internering al bij elkaar in het atelier van Anne en blijken nu per trein naar het kamp Kareës in Bandung te worden getransporteerd. Hun onderkomen daar, een vochtige garage en een keuken, zijn verschrikkelijk. Chris weet voor elkaar te krijgen dat Beb en Anne tijdelijk naar een hotel in Bandung kunnen.

Het verlaten hotel is beangstigend onwerkelijk en doet hen ‘verlangen’ naar de levendigheid van het kamp. Daar komt al snel een gemeubileerd appartement vrij, waar Beb en Anne met de kinderen intrekken. Chris kan, omdat ze voor een groot deel Indonesisch is, voorlopig buiten het kamp wonen.
Even voelt het of er geen kamp is, of ze tussen de fraaie meubels weer terug in het atelier van Anne zijn; dan worden de vrouwen na vijf dagen weggevoerd door de Kenpeitai.

Kerstkeongs

Dit verhaal begint met de periode waarin de drie vrouwen nog in het huis van Anne wonen. Als enige met verstand van tuinieren bemoeit Beb zich met de beplanting van de lap grond achter het huis. Een deel van wat de tuin voortbrengt wordt verkocht om aan inkomsten te komen.
Dat gaat redelijk, totdat plotseling overal keongs, agaatslakken, in enorme aantallen de opbrengst wegvreten. Het vangen en doden van de dieren blijkt een vreselijk en weerzinwekkend karwei te zijn. Het komt er niet van de tuin slakkenvrij te maken, omdat de Japanners de vrouwen oproepen voor het interneringskamp. De oproep komt onverwacht: in dit verhaal zijn het Anne en Beb die dachten als Indische Nederlanders buiten het kamp te kunnen blijven, Chris meende door haar beroep als apotheker onmisbaar te zijn.

Ook nu komen ze weer in het Kareëskamp in Bandung terecht (uiteindelijk met z’n vijven), tot november 1944. Dan volgt een nieuw transport, ditmaal naar het kamp Kota Paris in Buitenzorg. De omstandigheden zijn voor de gevangenen, inmiddels verzwakt en ziek, nog slechter dan voorheen.
Er wordt honger geleden, maar weer zijn daar de slakken. Zijn zij een bron van voeding? Hier wordt druk in het kamp over gediscussieerd. Beb, die een stukje geproefd heeft, weet dat het vlees vreselijk taai is, het bestaat immers voor een groot gedeelte uit spier. Toch lukt het, na wat experimenteren, een tamelijk geslaagde soep van de dieren te koken. Het betekent de genadeklap voor de aantallen slakken in het kamp. Door voedselgebrek staan ze bij velen op het menu.

Vlak voor kerst meldt Beb Vuyk zich aan voor werk op de vuilstortplaats buiten het kamp. Het werk is niet populair, zij ziet het echter als een mogelijkheid het kamp tijdelijk te ontvluchten. De vuilstort blijkt een broeinest van enorme slakken te zijn. In haar hoofddoek verzamelt ze een paar kilo en uiteindelijk slaagt ze er in, na protest van andere bewoners, een gedeelte van de opbrengst in een oud konijnenhok tot Kerstmis te bewaren.
Met kerst blijken de keongs uit het hok te zijn gestolen, wat veel emotie teweegbrengt. Dat het zover komt, dat gevangenen zelfs slakken van elkaar stelen is beangstigend.

Veertig jaar later meldt een vriend dat de keongs als escargots d’Indonesie naar Frankrijk worden geëxporteerd.

Op reis met Nippon

Dit maal staan de transporten naar de verschillende kampen centraal. Vanuit Kota Paris worden Beb en haar jongste zoontje opnieuw op transport gezet; het is maart 1945. Beb beschrijft de gevolgen van de transporten: de eenzaamheid en wanhoop die ontstaan door het wegvallen van vriendschappen en contacten.

Zoon Hans is op elfjarige leeftijd naar het mannenkamp overgeplaatst. Vriendinnen Chris en Anne moet ze achterlaten. De omstandigheden van het transport zijn weer zwaar. Dan hoort Beb een moeder tegen haar zoontje zeggen: ‘Leuk hè, zo’n dagje uit met Nippon? (Nippon is de Japanse benaming voor Japan). Deze uitspraak werkt op Beb haar lachspieren. Ze kijkt eens goed om zich heen, ziet de wonderlijk uitgedoste reisgenoten en stelt vast dit nooit te zullen vergeten.

Eenmaal in de trein is de Japanse opzichter vriendelijk voor de kinderen. Beb maakt een opmerking over zijn zwaard, dat al drie generaties in de familie is en heel wat slachtoffers gemaakt heeft. Als zij veronderstelt dat het over zal gaan op zijn eigen zoon, schudt de Japanner zijn hoofd. Zijn zoons zijn overleden door de bombardementen op Tokio, vertelt hij tot Beb’s verbazing. Hiermee laat hij iets los over de stand van zaken in de oorlog.

Tijdens de nacht in de trein verkeert Beb in een toestand tussen waken en dromen. Ondanks de oorlog ervaart zij de nacht als vredig; een droomtoestand die waarschijnlijk mede veroorzaakt is door voedsel dat ze onderweg heeft weten te bemachtigen.

De oorlog eindigde pas een half jaar later. Het stationnetje waar ze uit haar droomtoestand ontwaakte, werd veel later bekend door het ereveld voor de Indonesische slachtoffers van de onafhankelijkheidsstrijd. Een strijd die, in de woorden van Beb Vuyk: ‘veel dieper in mij kerfde dan de drie jaren in de Japanse kampen.’

Dagboeken en aantekeningen

Dit deel begint met twee dagboekaantekeningen uit kamp Kota Paris, februari 1945. Beb Vuyk vormt een kongsi met haar twee vriendinnen en haar jongste zoontje. Ze is letterlijk ziek door de honger. Daarbij maakt ze zich zorgen om haar zoons: de oudste die is weggevoerd naar het mannenkamp, de jongste die verzwakt is door voedselgebrek en verteerd wordt door angst.

Dan wordt het dagboek vervolgd vanuit Kampong Makasar, eind maart 1945. De vriendinnen zijn weg, Beb (net veertig) is voor haar gevoel enkel een P.O.W.-nummer, prisoner of war. Toch voelt ze zich redelijk, het kamp met zijn bomen doet haar denken aan haar vroegere leven temidden van de natuur in plaats van aan de vervuilde stadskampen van de laatste jaren. Kampong Makasar is een werkkamp, waar vrouwen groenten voor de andere burgerinterneringskampen moeten verbouwen. Ook Beb Vuyk geeft zich op voor het werken in de groentetuinen.

Af en toe heeft de auteur de oorspronkelijke tekst achteraf van commentaar voorzien. Zo geeft ze bij het bovenstaande aan dat de Japanners de Japanse jaartelling en de Tokiotijd aanhielden. Hierdoor is het werk in de tuinen ’s morgens goed te doen, maar de middagwerkzaamheden vinden op het heetst van de dag plaats.

Het werk in de tuinen bevalt Beb wel, ook heeft ze wat contacten in het kamp. Wel stoort ze zich aan de vele geruchten die de ronde doen. Een blijkt er echter waar: in mei houden de kampbewoners nog minder ruimte over door de komst van extra gevangenen. De nieuwkomers weten te vertellen dat in Europa de oorlog is afgelopen.

Vlak voor, tijdens en na de bevrijding

In een dagboekbericht van 28 mei 1945 beschrijft de auteur dat medegevangenen zijn begonnen met het overschrijven van feestelijke recepten voor als de oorlog voorbij is. Pragmatisch als de auteur is, ziet ze meer in versterkende voeding en dan gewoon verder leven. Wel kan ze, door het eind van de oorlog dat in de lucht hangt, denken aan een hereniging met haar echtgenoot.

Er vinden luchtaanvallen plaats en vernederingen die de gevangenen moeten ondergaan. De auteur walgt hiervan en is aan het eind van haar krachten. Ook met de honger wordt het steeds erger, de rantsoenen worden minder en een aantal dagen zonder eten wordt regelmatig als strafmaatregel opgelegd. Een andere straf is het kaalknippen wanneer iemand in Japanse ogen een halsmisdaad heeft begaan. Een officier van de Kenpeitai vertelde eerder aan Beb Vuyk dat de Japanners dit als een symbolische onthoofding zien; dit is één van de zeldzame keren dat ze zich over haar ervaring met de Kenpeitai uitlaat. ‘Ik werd niet kaalgeknipt, wel had hij zijn lange smalle zwaard achter in mijn hals gelegd.’

Velen worden ernstig ziek of overlijden, nog altijd hangt het einde van de oorlog in de lucht. Beb Vuyk verruilt rond augustus het werken in de tuinen voor het wachtlopen. De nachtelijke taak bevalt haar, ze heeft meer privé-leven omdat haar ritme tegengesteld is aan dat van de anderen in het kamp.

Pas op 23 augustus 1945 horen de kampbewoners van de Japanse commandant dat de oorlog voorbij is (niet wie er gewonnen heeft). Half september woont Beb nog altijd in het kamp, waar ze hoort dat haar man en oudste zoon nog in leven zijn.
Buiten de kampomheining is het onrustig; Indonesië heeft de onafhankelijkheid uitgeroepen, de revolutionaire toestanden stuiten op onbegrip van de Nederlanders. Beb Vuyk is één van de weinigen die daar begrip voor op kan brengen. Daarmee eindigt het dagboek, gedateerd eind september 1945.

Lees verder

© 2009 - 2019 Sierkunst, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Marianne Vaatstra – het boek over het misdrijfMarianne Vaatstra – het boek over het misdrijfEr is al veel gezegd en geschreven over de zaak Marianne Vaatstra en over het meisje dat in 1999 vermoord in een weiland…
Simon Vuyk schrijft boek over Marianne VaatstrarecensieSimon Vuyk schrijft boek over Marianne VaatstraMiljoenen woorden zijn er geschreven over de zaak-Vaatstra. Verscheurende woorden, beschuldigende woorden, emotionele wo…
Hoe schrijf je een BoekverslagWat zijn belangrijke dingen die persé in een goed boekverslag terug te vinden zijn en welke dingen kun je er beter uit l…
Een ERP-pakket automatiseert de waardekringloopOver wat een ERP-pakket nu precies is en doet, wordt verschillend gedacht. Sommigen zien het als een logistiek pakket da…
Koken in de Indische keukenKoken in de Indische keukenEr komen heerlijke recepten voort uit de Indische keuken. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is dit de Indische…
Bronnen en referenties
  • Kampdagboeken; Beb Vuyk, Uitgeverij Contact / Pandora Pockets 1989.

Reageer op het artikel "Beb Vuyk: Kampdagboeken, boekverslag"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sierkunst
Laatste update: 31-03-2011
Rubriek: Hobby en Overige
Subrubriek: Boeken
Special: Indische keuken en kampperiode
Bronnen en referenties: 1
Artikelen met het label 'Recensies' bevatten naast objectieve informatie ook subjectieve informatie in de vorm van een beoordeling.
Schrijf mee!