Hobby en Archeologie

De fibula maakte een lange ontwikkeling mee

De fibula maakte een ontwikkeling door van ettelijke duizenden jaren, van een simpele naald in de kopertijd via een soort veiligheidsspeld in de bronstijd en ingewikkelde constructies in de Romeinse tijd tot prachtige sierobjecten in de vroege middeleeuwen. Kromgebogen en platgeslagen ontwikkelen ze zich tot een soort primitieve knopen in de middeleeuwen. Zo rond 1400 zijn ze totaal vervangen door knopen en knoopsgaten in de kleding


Fibula

De fibula maakte een ontwikkeling door van ettelijke duizenden jaren, van een simpele naald in de kopertijd via een soort veiligheidsspeld in de bronstijd en ingewikkelde constructies in de Romeinse tijd tot prachtige sierobjecten in de vroege middeleeuwen. Kromgebogen en platgeslagen ontwikkelen ze zich tot een soort primitieve knopen in de middeleeuwen. Zo rond 1400 zijn ze totaal vervangen door knopen en knoopsgaten in de kleding. De fibula is geworden tot een sierbroche zonder verdere functionaliteit op de kleding. Ook de geografische verspreiding van fibula’s is groot, heel Europa, het Midden-Oosten, Noord-Afrika, overal vind je ze, maar we associëren de fibula toch het meest met de Romeinen.

Soort spelden en broches

Fibulae zijn een soort spelden en broches van brons en soms ijzer, zilver of goud. Ze dienden om kleding te bevestigen en op te sieren. Die uit de Romeinse tijd zijn niet zo groot als sommige prehistorische en die uit de Merovingische tijd. Ze bestaan uit een beugel, die allerhande vormen kan hebben en een naald die door de stof van de kleding werd gestoken. De verbinding tussen beide wordt gevormd door een spiraal, veerrol, of een scharnier.

De eenvoudige spiraalfibulae zijn niets meer dan een enkele draad, die op het draaipunt in een spiraal met aan weerskanten van de naald twee of meer windingen is gedraaid. Deze heten dan ook draadfibulae en zijn te vergelijken met onze veiligheidsspelden qua werking en functionaliteit. Andere, bijvoorbeeld de ogenfibula bestaan uit twee delen, de beugel en de spiraal met naald. Bij de scharnierfibula wordt het draaimechanisme gevormd door een scharniertjes. De punt van de naald wordt meestal in een naaldhouder geborgen.

De aantallen fibulae die op Romeinse vindplaatsen gevonden zijn, zijn enorm, evenals de verscheidenheid in vorm. Om daarin een ordening aan te brengen hebben de archeologen ze in groepen ingedeeld. De namen die ervoor zijn bedacht zijn niet altijd bevredigend, evenmin als de eigenschappen waarop de indelingen berusten. Je kunt er wat boekjes over kopen in de musea van Tongeren, Xanten en bij het RMO in Leiden.

De datering levert heel wat problemen op. Van enige is althans vast te stellen dat ze alleen in de eerste eeuw, tot ca. 70, in gebruik zijn geweest: de knik, boog- en dolk-fibulae, de ogen- en de distelfibulae. Andere zijn uit latere tijden. Dat geldt met name voor de drieknoppen- of kruisboogfibulae. Deze zijn hoofdzakelijk derde- en vierde-eeuws. Maar van de meeste typen zijn de chronologische grenzen moeilijk te trekken. Een van de oorzaken kan zijn dat vooral de kostbaardere exemplaren lange tijd familiebezit bleven. En iets wat goed is, dat gooi je niet weg.

Zoals bij de ogen- en de distelfibulae is ook bij andere het beugelgedeelte een echt sierraad geworden: de opengewerkte ajourfibulae, de dubbele bijl en het hakenkruis zij een paar moetieven die je in veel Romeinse provincies aantreft, met een concentratie in Zuid-Duitsland. De beugel of wat zich daaruit heeft ontwikkeld in de loop der jaren is bij een aantal scharnierfibulae geemailleerd. Men dacht dat dit een minderheid was, maar intussen zijn er duizenden van gevonden. Email is glaspoeder dat door verhitting op een onderlaag wordt vastgezet. De onderlaag is bij fibulae altijd brons, zilver en goud hechten veel minder. De verschillende kleuren email zijn verkregen door toevoeging van metaaloxyden. Rood email is het kwetsbaarst. Het is in de bodem vaak brokkelig geworden en lijkt daardoor op aardewerk. Blauw is het duurzaamst.

De emailfibulae vertonen veel verschillende vormen. De cirkel- en de ruitvorm waren kennelijk het meest geliefd. In het middeen bevindt zich soms een uitsteeksel, bijvoorbeeld een kegelvormig zuiltje of een dolfijntje. Andere lopen uit in dierekoppen. Ik heb zelf zo’n Egyptisch slangetje. Ook fibulae geheel in de vorm van een dier komen voor. Woord- en letterfibulae waren vooral in de tweede eeuw populair.

Geen Romeinse uitvinding

Fibulae zijn geen Romeinse uitvinding, al eeuwen daarvoor waren ze in gebruik. Ook zijn ze niet, zoals wel het geval is met heel veel andere kunst- en gebruiksvoorwerpen, vanuit Italie of andere landen rond de Middellandse Zee naar de noordelijke provincies geexporteerd, maar juist hier, speciaal met een Keltische bevolking, vervaardigd en gedragen. De Germanen droegen ze ook, volgens een bericht van Tacitus. Detectorvondsten leveren het bewijs. Echt ateliers met halffabrikaten en gietvormen zijn er nog niet gevonden. Ik denk dat je gewoon in de wijken moet zoeken waar alle ambachtslieden woonden. De grootste concentratie van emailfibulae is te vinden in Belgie, in de omgeving van Namen. Maar ook in Keulen, Mainz, Trier, Xanten en Nijmegen zullen ze wel gemaakt zijn. Daar werd immers ook brons gegoten en bewerkt.
© 2007 - 2009 Albertfolkerts, gepubliceerd in Hobby (Hobby en Overige) op 10-08-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Albertfolkerts is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De fibula maakte een lange ontwikkeling mee"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.